De mens en de wind





De wind was er al lang voordat wij er waren en vormde samen met water en andere natuurkrachten het landschap waar je je nu bevindt. Onze voorouders trokken voor het eerst samen met de wind op in het gebied dat we later Doggerland 6 zijn gaan noemen. Hier leefden neanderthalers in een laaggelegen landschap van bossen, moerassen en meren.Toen, zo’n 300.000 jaar geleden, lag de Noordzee namelijk nog grotendeels droog. De wind had hier vrij spel en blies zand verder het land op, waardoor langzaam de basis werd gelegd voor onze huidige zandvlaktes en stranden.9 Na de laatste ijstijd steeg het water door opwarming en ontstond de Noordzee. In deze tijd zal de voor ons bekende wind zijn intrede doen in ons landschap. Tijdens het Holoceen (vanaf ca. 9000 v.Chr.) begonnen wind en water samen het landschap verder te vormen, met het ontstaan van de welbekende zandkusten en veengebieden als resultaat.9 De mensen die in dit landschap leefden hadden een mythische relatie met natuurkrachten.8 Hierbij werden gebeden, offers of rituelen gebruikt om de natuurgoden goed te stemmen. Er werden toen vormen van wat we nu animisme noemen gepraktiseerd.Deze geloofsovertuiging ging er vanuit dat de natuurkrachten bezield waren en hun eigen wil hadden. De oncontroleerbaarheid en afhankelijkheid van deze elementen zat diep in hun filosofie geworteld. In deze tijd werd de wind niet verklaard als een objectief natuurverschijnsel maar geïnterpreteerd in de vorm van geesten en goden met hun eigen gewoontes. Hiermee konden betekenisvolle verwantschappen tussen de mens en zijn omgeving ontstaan. Met de opkomst van landbouw, vanaf ca. 5000 v.Chr., begon de mens het landschap steeds sterker te veranderen. Bossen maakten plaats voor akkers en weiden.5 Tegelijkertijd kreeg de wind hierdoor door de mens weer vrij spel. Doordat het jager-verzamelaar leven werd ingeruild voor een landbouwsamenleving werden we meer afhankelijk van plaatselijke weersomstandigheden voor goede oogsten. Vermoedelijk werden er in die tijd ook natuurgoden aanbeden die vruchtbaarheid symboliseerde, gekentekend door goed weer. Vermoedelijk zijn we in deze tijd ook begonnen met de wind gebruiken als krachtbron voor transport.29 Dit ontwikkelde zich in meerdere culturen zo, dat rond 3000 voor christus er over de gehele atlantische kust grotere zeilschepen met roeispanners bestonden.Vanuit Noorwegen en Zweden werd de Noorse en Germaanse cultuur door de vikingen snel verspreid. De wind zorgde hiermee voor een versnelling in het aan- en afwaaien van verhalen, mythes en geloven. Invloeden zoals bijvoorbeeld de Noorse en Germaanse mythes over Njord 10, de god van de wind, zee en zeevaart . Een Wanengod die zich niet van kwaad bewust was. Njord, was een rijk man die gunsten of land kon verlenen en te hulp kon schieten bij de zeevaart, of visvangst. De Romeinen brachten ook de kardinale windrichtingen met zich mee, die afstamde uit de Griekse cultuur. Deze vier of acht windrichtingen zien we onafhankelijk terug in allerlei verschillende culturen. De Romeinen brachten de Venti, die afstamde van de Griekse Anemoi 11 met zich mee. Dit waren vier broers Boreas, Notus, Euros en Zephyrus die door de God Aeolus werden bewaard. Boreas, de personificatie van de noordelijke wind zou zeelieden gunstige wind brengen ,evenals dat hij winter met zich mee kon brengen. Boreas word vaak gepaard met Zephyrus, of in het Nederlands ‘Zefier’. Zefier word geassocieerd met een gunstige westerwind. Deze wind is ideaal voor het Nederlandse transport over water doordat de wind goed op de zeilen van kleinere schepen komen te Staan als de wind uit het westen komt, wat voor welvaart kon zorgen. De vier of acht Kardinale windrichtingen komen in (inheemse) culturen bijna overal op de wereld voor.  De karakteristieken van de personificaties van deze windrichtingen zijn onvergelijkbaar in elke soort cultuur omdat de omstandigheden die ze veroorzaken plaats afhankelijk zijn. De personificaties waren een instrument voor het begrijpen van de wind en het weer dat het meebracht. Dit bleef tijdens de middeleeuwen ook in de christelijke cultuur langer hangen in Nederland en werden verbeeld als engelen die de wind sturen met hoorns. De vier aartsengelen Uriel (noordenwind), Michael (zuiderwind), Rafael (oosterwind) en Gabriel (westenwind) zijn hier een goed voorbeeld van.