De molenaar
Naast zeiltransport werd de wind rond 1300 in Nederland ook gebruik als productie kracht. De eerste Westeuropese molens kwamen in Nederland rond 1221 in Zeeuws-Vlaanderen. Tijdens de 14e eeuw kwamen er steeds meer molens bij in Nederland die voornamelijk graan maalde, en rond de 15e eeuw ontstonden de eerste windmolens die polders drooglegde.21 Water beheren met wind was een specialiteit. De lage landen waren altijd al in worsteling met het water, maar misschien hebben we wel met de kracht van de wind dat een beetje overwonnen. Bijvoorbeeld bij de opdroging van de Beemster polder in 1607 werden maar liefst 43 windmolens gebruikt om het water weg te pompen. 20
Naast de ontwikkeling van de molen-technologie was er ook een ontwikkeling in cultuur. Niet alleen meer de landbouw en transport over water was nu afhankelijk van het weer, maar ook productiekracht. Deze afhankelijkheid van het directe aanbod van de natuur vormde een nieuwe leefwijze die in bijna elk dorp of stad zich vestigde. Werken met een molen betekende voortdurend onderhandelen met een kracht die zich niet liet beheersen. Het vereiste scherpe aandacht en observatie van wolkenpatronen, windrichtingen en signalen van het landschap om de vereiste productie voor elkaar te krijgen.20,21 Daarnaast is het een probleem dat het natuurlijk niet altijd waait op land. Molenaars moesten daardoor soms als het een aantal dagen waaide dag en nacht doorwerken om de juiste hoeveelheid van een product te produceren.21,22
Als er geen buienradar of satelliet of computer gestuurd weermodel aanwezig is om het weer te voorspellen voor je hoe creëer je dan een leven dat gebaseerd is op de kracht van de wind?
Net als de kardinale windrichtingen en millennia oude observaties bestonden er binnen de Nederlandse cultuur er ook honderden gezegdes, uitspraken en eeuwenoude volksweerkundige methodes om het weer lokaal te kunnen voorspellen. De rudimenten die hiervan achtergebleven z zijn allerlei gezegdes. Je kan voor de wind gaan, iets in de wind slaan, iemand de wind uit de zeilen nemen, met alle winden mee draaien, er de wind onder hebben en eventjes uitwaaien.
Ik denk dat ik een boek zou kunnen vullen hiermee en sommige hiervan zijn nog niet eens zo gek om te kunnen gebruiken om jezelf eens even goed uit te drukken. De herkomst hiervan komt uit een uiterst weer en wind afhankelijke levenswijze. Weerspreuken zijn een verzameling uitspraken die werd gebruikt in de volksweerkunde om te kunnen plannen hoe de wind zou waaien of wat voor seizoen er meekomen met de wind. De spreuken zijn gemaakt naar eeuwen oude observaties die door generaties zijn doorgegeven, vaak mondeling, ze moeten daarom wel goed blijven hangen en hierdoor rijmen ze ook wel eens. De weerspreuken zijn gebaseerd op waarnemingen die het weer observeren in een holistische manier. Er word gekeken naar veranderingen in het gedrag van, wolken, sterren, wind, dieren, planten en mensen om een oordeel te vellen over het weer van de komende 12- 48 uur, dagen en soms zelfs maanden.26
Hieronder deel ik een beknopte verzameling van deze spreuken die een overzicht geven.
Kleine skôpjes, grote drôpkes 26
(Lytse skopjes grutte dropkes)
Refereert naar een Cirrocumulus wolk 3 oftewel kleine schaapjeswolken. Deze wolkensoort komt over het algemeen voor bij een lagedrukgebied dat zorgt voor stijgende warme lucht. Hierdoor ontstaan er kleine wolkjes door een ongelijke verdeling van warme lucht en dus ook van de saturatie van het vocht in de lucht. Dit kan maar een ding betekenen… storm!
Wees voor een weeromslag niet beducht,
als er geen wind is in de lucht. 26
De wind is vaak een aankondiging van een weersverandering. Is er weinig wind dan zal dat zorgen voor stabiel weer dat vaak in hogedrukgebieden vormt.
'morgens een kind
'middags een vent
'avonds an het end’ 26
Noordenwind heeft een sterke dagelijkse gang.
‘Wind in de nacht
water in de gracht’ 23
Als wind gedurende nacht opsteekt, dan is er kans dat er een lagedrukgebied (met warmtefront) aankomt en daarmee dus de kans op regen. 3
‘Hoe losser de wind, hoe vaster weer.’ 26
Wind is een goede aankondiging van verandering in weer, omdat verschillen in druk in de atmosfeer zorgen voor wind tussen lage en hogedruk gebieden. Als de wind “los” beteken het dat het in kleine vlagen komt en geen sterke windstoten geeft met een dermate duidelijke richting. De lossere winden brengen minder weer met zich mee.
‘Insecten vliegen hoog met mooi weer’ 26
De bezigheid van insecten is een duidelijke indicatie voor weersverandering. Op warme voorspelbare dagen vliegen ze hoog en verplaatsen ze zich meer, waarbij op dagen die ogen of storm met zich mee brengen dit niet gebeurt. Hierop volgt: ’Insecten vliegen laag met regen’
‘Gaat de oostenwind tegen de avond liggen
dan waait hij de volgende dag opnieuw’ 26
Oostenwind is stabiel en houdt langdurig aan.
Het is een vrij nuchtere manier van kijken naar de verborgen relaties in een landschap maar het is bijzonder dat ze vaak wel kloppen. De aandacht hebben kan in dit geval misschien wel meer waarde hebben dan een rekenmodel. De richting en kracht van de wind kan ook aan allerlei andere dingen afgelezen worden dan een anemometer (instrument voor meten van windkracht). De schaal van Beaufort bevat ook accurate beschrijvingen van situaties per windkracht zoals windkracht 4: haar raakt in de war, en kleding begint met flapperen. 27 Er zijn ook meerdere woorden die niet meer gebuikt worden zoals Labberkoelte 28. Een labberkoelte is een frisse wind die maar een beetje druk geeft, soms wegvalt en soms even een duwtje geeft.